Ik werk in mijn eigen achtertuin

70 van de 89 funderingspalen van Windpark Fryslân staan al op hun plek. De palen worden vanaf een groot werkplatform de bodem van het IJsselmeer in geheid. Tjitse Efdé is één van de werknemers op het platform en verantwoordelijk voor alle hijswerkzaamheden.

Tjitse woont op nog geen 50 kilometer vanaf het werkgebied, in het Friese Jirnsum. ‘Dit is werken in mijn eigen achtertuin’, lacht hij. Het interview vindt telefonisch plaats, want vanwege het coronavirus zit Tjitse in de zogenaamde ‘coronabubbel’ van Windpark Fryslân. Tjitse: ‘Meestal ben ik voor mijn werk in het buitenland en dus ver weg van huis. Dit keer zou ik elke dag heen en weer kunnen rijden. Maar toen was daar corona.’

Coronabubbel

Om ervoor te zorgen dat men tijdens het werk niet besmet wordt met het virus, werkt iedereen op het project, vanuit een coronabubbel. Tjitse: ‘We kunnen het ons niet permitteren dat er één iemand aan boord het virus heeft. Dan zouden we alle werkzaamheden moeten stilleggen. We laten ons daarom allemaal testen en daarna gaan we in quarantaine. Pas dáárna mogen we aan het werk op het platform. We werken ongeveer twee weken op het platform. Zonder negatieve test kom je er niet op.’

Tijdens hun werk op het platform verblijven de medewerkers op een schip in de haven van Oude Zeug. ‘Het is een soort hotelboot, waar we allemaal een eigen kamer hebben. Daarnaast zijn er gemeenschappelijke ruimtes waar we bijvoorbeeld samen kunnen eten en sporten, vertelt Tjitse. Het team bestaat uit ongeveer 40 medewerkers die om de week werken in dag- en nachtdiensten. Tjitse: ‘Voor de start van onze dienst worden we opgehaald in Oude Zeug. Daarna varen we in ongeveer drie kwartier naar het projectgebied, waar we aan boord stappen van het werkplatform. De mensen die hun dienst erop hebben zitten, varen dan weer terug.’

We moeten het met zijn allen doen

Momenteel wordt er 24 uur per dag op het platform gewerkt om te zorgen dat alle 89 funderingspalen op tijd op hun plek komen te staan. Tjitse is lifting supervisor. ‘Dit betekent dat alle werkzaamheden met een kraan onder mijn supervisie vallen’, legt hij uit. ‘Om een paal op zijn plek te zetten, is er nogal wat hijswerk nodig. Het werk komt heel precies en goed samenwerken is dus erg belangrijk.  In mijn werk kun je dan ook nooit zeggen ‘ik’, want we moeten het écht met zijn allen doen. Die samenwerking, dát vind ik ook gelijk het mooiste aan mijn werk.’

Stap voor stap

De funderingspalen worden in aantallen van vier naar het IJsselmeer gevaren. Eén funderingspaal is ongeveer veertig meter lang en 4,5 meter breed. ‘We tillen de paal met twee kranen van het schip af’, vertelt Tjitse. ‘De kraan waarop ik werk, staat op het werkplatform. Naast ons ligt een werkschip met daarop een kleinere kraan’. Stap voor stap legt hij uit hoe de werkzaamheden in zijn werk gaan. ‘We pakken beiden één van de uiteinden vast. Ik de bovenkant van de paal, de andere kraan de onderkant. Zo hijsen we hem samen uit het schip. Uiteindelijk hangt de paal horizontaal boven het water.’

De volgende stap is het rechtop hangen van de paal. Tjitse: ‘Dat gaat heel gecontroleerd. Héél langzaam haal ik de paal richting het werkplatform. Pas als hij helemaal rechtop hangt, kan de kleine kraan de onderkant loslaten’. Een grote grijparm zorgt vervolgens dat de paal op zijn plek blijft staan. ‘Daarna kan het heien beginnen. We plaatsen een grote hamer bovenop de funderingspaal en heien in ongeveer een uur de paal de bodem van het IJsselmeer in.’

Vluchten naar de schuilplaats

Voordat een paal op zijn plek staat, gaan er ongeveer 12 uren voorbij. ‘In één dag, met rustig weer, kunnen we één of twee palen doen. Zodra het hard waait en de golven hoog zijn, kunnen we niet meer werken’. Tjitse en de werkmannen vertrekken dan naar hun schuilplaats. ‘Zo noemen wij de plek waar we met het werkplatform wachten totdat het weer beter wordt’, legt hij uit. Soms duurt dat wachten een paar uren, maar soms kan er een paar dagen niet gewerkt worden. Tjitse: ‘Ik vind mijn werk hartstikke leuk om te doen. Als we mogen hijsen, zijn we lekker bezig en vliegen de dagen voorbij. Dat lange wachten is aan mij niet besteed’.

Werken aan Windpark Fryslân

Of werken aan Windpark Fryslân anders is dan de andere projecten waar Tjitse aan meewerkt? ‘Ja en nee’, antwoordt hij op deze vraag. ‘Want hoewel ik heel dichtbij huis ben, voelt dat niet altijd zo. Ik ben het gewend om lang van huis te zijn. En doordat we in de coronabubbel zitten, is dat nu niet anders. Wat wél anders is, is dat ik straks over de Afsluitdijk rijd en dan het eindresultaat van mijn werk zie. Dat is bij de meeste projecten, die óf ver weg zijn óf op zee, lang niet altijd zo.’